Het werk van de schilder ontwikkelt zich in drie richtingen. De eerste richting is deze van het zuiver surrealisme, waarbij Yves deelneemt aan de activiteiten van de surrealistische groep “van Brussel” (1959-1979, met Hamoir, Mariën, Scutenaire, Gutt, enz.) Het is in 1959 dat hij aan Ter Kameren voor het eerste Paul Delvaux ontmoet, die hem aanmoedigt te schilderen en die later één van zijn boeken zal inleiden. Dankzij deze groep surrealisten, ontmoet hij al de grote schilders en schrijvers die deze beweging hebben gekenmerkt : S. DALI, René CHAR, René Magritte, Giorgio de Chirico, enz. Een belangrijk deel van het werk van Yves Bossut volgt nog steeds deze weg, zoals u kunt ondervinden in deze tentoonstelling.
De tweede richting is de Gespiritualiseerde Kunst, een uitvinding van de kunstenaar zelf. Het is de inleiding van een poetisch idee komende van een ingebeeld surrealisme, maar herschreven op een manier van schilderen ondersteunt door een visuele waarde waar de ambachtelijke aanpak al zijn belangrijkheid vindt. Een manier van schilderen waargenomen als een activiteit dat uitgaat van de geest, door het hart vloeit en zich verder zet tot in de hand, de drie onscheidbare kernen van het verwezenlijken van een echt meesterwerk. Het is een wens om zich vast te binden aan een eeuwen oude stam van de schilderkunst, verrijkt door de cultuur van de XX eeuw en meer specifiek vertaald door de geestdrift en de kracht van het onbewust zijn en de oneindige vrijheid. Men mag ook spreken van aanspraak tot de symboliek, anekdotes, tederheid, bron van verbannen poëzie door het academisme tegenover de conformistische academie die de tweede helft van de XX eeuw terroriseert. Het conformistische academisme die het schone als onderwerp beschouwt.
De derde richting van het werk bestaat uit vakantie taferelen. Het gaat hier om een reeks studies gerealiseerd door de kunstenaar, meestal natuurgetrouw. Deze werken zijn emotioneel geladen, een direct gevoel werd onmiddellijk op papier gelegd voor het plezier van het oog, voor de pracht van de kleur. De goede vondsten, dienen zoals de toonladder van de pianist om de surrealistische werken of spiritualiseerde kunst te verbeteren.
Voor BOSSUT, kunst heeft een diep inhoud en universaliteit. Het doel van zijn kunst is de mens gelukkiger te maken, in een verstaanbare taal. Daar deze zowel het hart als het hoofd aanspreekt in een wil de geest te verheffen naar het schone. De kunst moet de kijker helpen de vreugde te bereiken door het ingebeelde te stimuleren, door het idealiseren van zijn dagelijks leven. Tonen wat bestaat, met de poëzie die zich erin verbergt ; de poëzie als spiritueel doeleinde die de echte zin geeft aan het leven. Yves BOSSUT heeft verschillende teksten van zijn surrealistische vrienden geillustreerd (zie annex) en mee gewerkt aan meerdere magazines.
“U zult op het einde van uw moeite zijn want het werk van Yves BOSSUT is een tuin. Dit is de reden waarom schilderliefhebbers zich inbeelden dat ze niet één, gelijk, constant, regelmatig voortdurend, methodisch, geordend is. Ja toch, is ze dit alles, onveranderlijk in haar diversiteit indien men haar behoudt als de tuin die ze is. In een tuin, dicht bij een bos wilde rozen, brengt een groep viooltjes u tot rust, tussen rotsen met rhododendrons en een vestiging van dalias ziet men korenbloemen, dan klaprozen, die in de wind spelen, bij gezellige en misvormde brocolis; de pavos rijpen lieve dromen of enorme nachtmerries en op de half vervallen muur heeft men nagelkruid die zo goed ruikt. In de tuin van BOSSUT, is de sierlijkheid medeplichtig van de kracht”
Louis Scutenaire.
“Ik ben bedolven door deze uitstekende poëzie door haar zuiverheid in vorm en geest. Mijn best wensen gaan naar u, scheppers van het schone.
Het is zalig om jullie tweeën in mijn armen te houden en jullie te zeggen dat de zuiverheid van uw kunst verandert.
Kus – Kus – Kus.”
Akarova – Aan Yves Bossut en Véronique Hebert.
“…Ik ben de uitblik en ik ben de horizon, ik ben het vloeipapier en de oceaan, ik ben de fœtus van de stroman verwarmt door de slaaploze zonnestralen. Ik verdeel de zandkorrels en de schoonheid korrels. Ik ben alleen, ik ben naakt, ik ben dood; mijn naam eens is Yves BOSSUT eens Marcel MARIËN.”
Marcel Marien
René Char